Training
“Ik voel mij gelukkig dat ik zowel de wereld van het gedomesticeerde paard, als die van het wilde paard heb mogen leren kennen. Dit perspectief biedt echter een twijfelachtig voordeel. Het stelt mij in staat om met ontzag en verwondering de capaciteiten van het wilde paard te waarderen, maar het maakt mij er ook van bewust hoe weinig dit in de gedomesticeerde wereld wordt gewaardeerd.
Jaime Jackson
Hoe natuurlijker het bewegingspatroon van het paard is, des te natuurlijker kunnen de hoeven zich ontwikkelen. Bewegingspatronen komen voort uit gedrag en de NHC benadering van de omgang met het paard is gebaseerd op de studie van het natuurlijke gedrag dat wilde paarden in hun natuurlijke leefomgeving laten zien. Kennis van het natuurlijke gedrag opent de deur naar de manier waarop het paard de wereld om hem heen waarneemt en erop reageert. We erkennen dat het paard dit doet op zijn eigen unieke manier en dat dat anders is dan de manier waarop mensen de wereld waarnemen. Van daaruit is het belangrijk het paard goed te observeren en vanaf de kleinste signalen het gedrag van het paard proberen te begrijpen en erop te reageren. Dit stelt ons in staat deel te nemen aan het emotionele leven van het dier op een manier die bijdraagt aan het bereiken van de fysieke en mentale ontspanning die aan de basis ligt van iedere vorm van training.
Na zijn observaties in het wild in de vroege jaren 80 schrijft Jaime Jackson dat een van de meest indrukwekkende aspecten van het leven van het wilde paard de ordelijkheid is die de soort manifesteert door de vastberadenheid om te overleven. De dieren hebben hun manieren gevonden om samen een bestaan op te bouwen in wat de meeste paardenliefhebbers op het eerste gezicht als een hopeloos schaars en uitdagend leefgebied zouden beschouwen. Ze bereiken dit door samen te werken in complexe sociale structuren waarin ieder paard zijn eigen unieke rol vervult.

Het bewegen van wilde paarden binnen het leefgebied volgt doorgaans een redelijk regelmatig, ritmisch patroon welke wordt beïnvloed door de cycli van de natuur: de veranderende seizoenen, het al dan niet voorkomen van een of ander voedsel, het groter of kleiner worden van waterpoelen, en het innerlijke circadiaans ritme. Wilde paarden zijn dieren die, voor zover de natuur het toestaat of juist hiertoe dwingt, enorm gesteld zijn op dagelijkse routine en een vreedzame sociale orde.
Dat wil niet zeggen dat het paard er niet van houdt om te spelen, rennen en klimmen. Integendeel. De fysiek uitdagende leefomgeving spreekt het natuurlijk instinct en de bijbehorende gedragingen en bewegingspatronen aan. Het is echter slechts een klein gedeelte van de dag dat het wilde paard er zelf voor kiest dit soort ‘buitengewone’ gedragingen te vertonen. Jaime Jackson beschrijft dit als het 95/5 principe. 95% van de dag wordt gevuld met het ontspannen afleggen van afstanden door middel van het gewone wandelen, foerageren en rusten. En denk aan andere ‘gewone’ gedragingen zoals rusten, schuilen, kroelen, rollen, drinken, mesten, urineren en slapen. ‘Buitengewoon gedrag’ zoals hevigere communicatieve gedragingen, het onderzoeken van nieuwe dingen, spelen, reproductieve gedragingen en alarm en/of op de vlucht slaan vinden slechts 5% van de tijd plaats en de paarden gaan naderhand snel weer over tot de kalme orde van de dag.

Het zijn de solide, evenwichtige bewegingspatronen voortvloeiend uit het buitengewone gedrag van het paard die bij de mens zo tot de verbeelding spreken. Of het nu op de vlucht is voor echte of ingebeelde bedreigingen, of deelneemt aan een sociale activiteit, het wilde paard weet hoe hij zich met atletische gratie en precisie moet bewegen. Verrassend genoeg is er, vanwege de ruige omstandigheden die in het wild kunnen voorkomen, weinig of geen kreupelheid. Dit heeft alles te maken met het vermogen van het paard zichzelf te verzamelen.
Verzameling is een duidelijke verandering in het temperament, evenwicht, de lichaamshouding en de bewegingsstijl van het paard van ‘gewoon’ naar ‘buitengewoon’. Het komt voort uit specifieke gedragsimpulsen, zoals de drang om te spelen, te vluchten of te vechten. Op deze manier draagt het verzamelen bij tot een grote verbetering van het gevoel van balans en het atletisch vermogen. Tijdens het verzamelen wordt gewicht verplaatst van de voorhand naar de achterhand. Deze herverdeling van gewicht brengt het paard in evenwicht, zodat het de natuurlijke gangen aan verschillende doelen kan aanpassen. Het paard weet dus wanneer, hoe en in welke mate het zichzelf moet verzamelen. In training is het dus vooral van belang dat het paard zelf gemotiveerd is om een bepaalde beweging uit te voeren, zodat het zichzelf kan verzamelen als het dit nodig acht.
De motivatie voor, en gedrag zelf, komen voort uit het proces van evolutie en uiten zich in twee ‘oorzaken’ van gedrag, namelijk erfelijke factoren en leerprocessen. Vaak is een bepaald gedrag een combinatie van beide. Ten eerste is het dus belangrijk dat we ons gedomesticeerde paard respecteren voor wat het door het evolutionaire proces is geworden is – een paard – en hier in onze manier van omgaan met recht aan doen. Ten tweede is het van belang ons te verdiepen in hoe het paard leert en dit leervermogen aan te spreken op een manier die het dagelijks leven van het paard zowel mentaal als fysiek verrijkt. Binnen een voorspelbare en veilige sociale omgeving stelt een basishouding van compassie en vertrouwen ons in staat eerlijke en creatieve relaties te ontwikkelen met het sociale en nieuwsgierige wezen dat het paard van nature is. Interactie met de mens kan dan een waardevolle aanvulling zijn op het leven van het gedomesticeerde paard.